Het meisje had in de tuin een kikker gevangen. In een glazen potje had ze het gestopt, met gaatjes aan de bovenkant.
“Kijk, papa!” Trots liep ze de woonkamer binnen.
Haar vader keek op van de krant.
“Wat is dit?”
Toen slaakte hij een zucht. “Meisje toch. Je gaat hem nu vrijlaten.”
“Het is een zij”, mompelde zijn dochtertje.
De man duwde haar opzij en greep het potje vast. “Kom, geef hier.”
Hij liep de achterdeur door. Op het grasveld opende hij het potje, en schudde een beetje. Het kikkertje sprong de bosjes in.
“Hij hoort hier niet.”
Huilend keek het meisje toe. Toen draaide ze zich om.
“Het was een zij”, fluisterde ze, en verdween stampend naar haar kamer.

Weer een goed stukje, Gustav. Je weet het kleine kinderleed, dat o zo groot is, knap weer te geven.
Vraagje: waarom niet in de o.t.t. geschreven? Stukjes worden er vaak nóg sterker van.
Dank! Dat is een goeie. Ik had het, als ik er nu zo naar kijk, zeker kunnen doen. Fijne tip, bedankt.
@Gustav:je kunt je heel goed inleven in kinderverdriet. In de zin ‘het was een zij’, zit een wereld van kinderleed. Ik denk ook dat zulke stukjes in de tegenwoordige tijd nog meer aankomen.
@Gustav, wat zielig en wat mooi hoe je het beschrijft. Ik hoop het niet voor je, maar het voelt alsof je het zelf beleefd hebt.
@Levja en Lisette: bedankt! Ik heb het zelf niet meegemaakt, gelukkig.
Kinderleed in: ‘Het was een zij.’ Ik voel haar tranen, mooi Gustav!
@ Marie van Overloon: Dank je!
Mooi stukje. In verleden, heden en toekomst.
@ Mien: Dank!