Bliep!
‘Meneer, draagt u iets van metaal? Een zware riemgesp?’
Hoe kon dat nu? Ze hadden bijna alles vervangen door plastic en speciale geleiders. Wat er nog aan metaal overbleef, was fijn verspreid onder zijn kleren. Honderd keer getest met hun eigen detector.
‘Meneer, als u niet meewerkt, moeten we u fouilleren.’
De hond naast de smeris werd onrustig. Achter het kogelvrije glas keken vier andere flikken strak in zijn richting.
‘Meneer, ik herhaal het nog één keer: draagt u iets van metaal?’
De vier kwam achter het glas vandaan, hun hand op hun wapen. Eén sprak in een walkietalkie. Riep vast versterking. Verdomme! Het moest nu gebeuren.
Hij drukte op de knop. Nog vóór de knal implodeerden zijn longen.

Het heden met het verleden verward. Dat belooft voor de toekomst.
De zin op de negende regel klinkt beter als volgt: De vier kwamen van achter het glas vandaan, hun hand op hun wapen.
Het verschil in tegenwoordige tijd en verleden tijd zit duidelijk in gedachtes versus spraak.
Leuk verhaal!