‘Wacht… er staat iemand achter de deur.’ Lisa houdt haar arm voor mijn borstkas langs, ik voel haar hart door mijn lijf heen kloppen. ‘Er zit bloed op het raam,’ fluistert ze. De spieren in haar nek staan strak. Zo bevroren heb ik haar nog nooit gezien, ze houdt het vandaag lang vol. ‘Leuk hoor, mafkees,’ ik duw haar arm omlaag. De donkere kozijnen laten een streep licht over de drempel vallen. Het licht van binnen is net niet fel genoeg om door het geribbelde glas heen te kunnen kijken. ‘Het is vast een jas.’ Ik draai me terug in haar richting en sta abrupt stil. Haar ogen trillen als ze de mijne ziet. Alleen mijn lippen bewegen nog: ‘Ren!’

En toen werd alles zwart …