Elise straalt als ze aan de arm van haar vader, gekleed in een met diamanten versierde witte jurk, de kerk binnenschrijdt. Het orgel speelt op vrolijke toon. Trots ziet ze de bewonderende blikken die op haar gericht zijn. In de verte staat haar Jacques. Naar deze dag heeft ze maanden toegeleefd. Ze streelt met haar hand over haar buik.
Plotseling doemt een donkerharige vrouw op in een kanariegele blouse. Ze rukt de diamanten van de bruidsjapon en rent naar voren, al schreeuwend tegen de bruidegom: ‘Vuile teringlijer. We zouden de poet samen delen en nu sta jij voor het altaar met dat blonde mokkel.’
Elise ziet nog net hoe Jacques wit wegtrekt en dan wordt alles zwart voor haar ogen.


Mooie scene, Nel. Het kleurgebruik in je verhaal vind ik erg mooi. Draagt bij aan de sfeer.
@Nel. Ik zie het voor me! Mooi.
Plotseling, uit het niets, opdoemen… vind ik wat te veel en dubbelop.
Eens met Alice. Krachtig taalgebruik. Ook eens met Han. Hartje.
Alice, Han, Ewald, dank voor de reacties en het kritisch lezen. Ik schreef het verhaal een beetje te snel. Ik zal de betreffende passage aanpassen, want jullie hebben gelijk.
@Nel. Prima toch! Je hartje had je al te pakken!
Nu vraag ik me af wie van beide dames op dit moment de meeste aandacht zal krijgen… 😉
‘Teringlijer’ moet knallen in de kerk!
Mooi sfeerbeeld!
Dank je wel, Marlie. Geknald heeft het zeker! 🙂