‘Krijg de klere’, zei ik. Normaal was ik niet zo grofgebekt, maar dit was ook geen gewone situatie. Ik zette het pistool tegen Marcus’ hoofd. ‘Wil je nog iets zeggen?’ Hij keek me bang aan, met zijn helder blauwe ogen waar ik ooit verliefd op was geworden. Toen keek hij om zich heen, op zoek naar een uitweg. ‘Er is hier niemand op deze godvergeten plek’, zei ik. ‘Dat was dan wel weer handig van je. Heeft onze huwelijksreis toch nog iets positiefs.’ Ik maakte me klaar om de trekker over te halen. Van een afstandje zag ik mezelf staan. Het leek bijna een film. Zou ik nog “hasta la vista” zeggen? Nee, dat verdiende hij niet. ‘Dag Marcus, hufter’.

Recente reacties