‘Waar vinden wij de nieuwe gids?’
‘Oh, kijk, tussen de grassprietjes, pijp in de mond, handen in de zakken.’
‘Zo ziet een gids er toch niet uit?’
‘Nou ja, laten we hem maar volgen.’
‘Cornelis heet hij, Cornelis Paradijs, oud makelaar in granen. Waar kennen we die van?’
‘Ik kan er niet opkomen.’
‘Dichter is hij en dokter. En schrijver.’
‘Kijk, dat blonde jongetje, is dat zijn kleinzoon? Klein is hij wel.’
‘Zeg jongetje, hoe heet jij?’
‘Johannes, mevrouw, kleine Johannes, ik houd van verre tochten schrijft Cornelis die Frederik heet.’
‘Waar brengt Frederik ons naartoe?’
‘Naar de mensheid met al zijn ellende, een zware weg.’
‘Niet naar het Grote Licht?’
‘Nee. Of misschien dat ook. Doe nu uw keuze.’


Wonderschone proza.
Dank voor het compliment Levja.
Cornelis Paradijs zou hier, gegeven 120w in zijn tijd, briljante stukjes hebben geplaatst.
Dank Levja voor het compliment.
In zijn tijd zou Cornelis Paradijs nu en dan een briljant stukje hebben geplaatst op 120w.
mooi en beetje raadselachtig