De enorme fluim raakt me vol in mijn gezicht. Gelukkig landt het grootste deel van de klodder op mijn bril, vanwaar hij langzaam naar beneden zakt. Ik wil vloeken, maar ril bij het idee dat de slijmerige viezigheid dan mijn mond in loopt. Uit mijn jaszak diep ik een zakdoek op. Ik wrijf mijn gezicht schoon en poets mijn bril. Als ik weer kan zien, is de viespeuk op zijn gemak weggeslenterd. Eikel.
“Dat heb je met die nieuwe zuidelijke types,” zegt de vrouw naast me. “Sinds ze die hebben binnengelaten, kun je hier niet eens meer veilig op de bus wachten.” Zwijgend kijken we door het hek van het hertenkamp, naar de lama die weer tussen zijn makkers staat.

@Odilia: je had me op het verkeerde been gezet, ik dacht aan andere immigranten! Leuk dus
@lisette: leuk, opzet geslaagd ?
@Odilia. Leuke plot.
Dankjewel, Han. Ik hou wel van een twist 🙂