De wolken stromen over mijn voeten. Steeds gaan ze terug de zee in. Dan blijven er randen achter op mijn tenen, totdat een nieuwe golf over me heen spoelt. Ik probeer de wolken te vangen met mijn handen. Net als echte wolken, zijn ze niet te pakken. Ik schep er één op en laat hem tussen mijn vingers glijden. In de zon heeft de schuimkop alle kleuren van de regenboog.
Ineens staat mamma naast me. ‘Kijk, mamma, glimmende wolken!’ Ik probeer er één aan haar te geven.
‘Kom hier.’ Mamma veegt mijn handen droog met een badlaken. ‘Dat zeeschuim zit vol afval en chemische rommel.’ Ze tilt me op en poetst mijn voeten droog, terwijl ze terugloopt naar de auto.


Mooi verhaal, vanuit het perspectief van een kind. Zodra duidelijk is dat je HP een kind is dan is het vergelijk met wolken meteen logisch en aandoenlijk. Het enige dat ik wat vreemd vind is de zin ‘De zon weerspiegelt in de schuimkoppen’, een kind zegt/denkt dat niet, lijkt me. Jammer voor het kindje dat mams de magie er uit haalt. Goed verhaal❤️
Of hoe je door te bezorgd te zijn, je kind kunt schaden … Goed geschreven.
En zo spat de fantasie van een kind uit elkaar. Wat heb je dat mooi neergezet! <3
Inge: kinderverwondering, mooi neergezet. Net als Nancy zegt zou ik de weerspiegeling van de zon anders schrijven, bv de glimmende kleuren benoemen die je bedoeld. Dan heb je consistentie in de taal van het kind.
Dank voor de feedback! Mee eens, ik heb die zin aangepast.
Bedankt Nancy, Hekate, Irma en Berdien <3
Heel mooi, Inge. En hoe jammer dat de moeder niet meegaat in de fantasie van haar kind.
Ik moet denken asn dit gedicht met een hele andere moeder:
Martinus Nijhoff – De wolken
Ik droeg nog kleine kleeren, en ik lag
Lang-uit met moeder in de warme hei,
De wolken schoven boven ons voorbij
En moeder vroeg wat ‘k in de wolken zag.
En ik riep: Scandinavië, en: eenden,
Daar gaat een dame, schapen met een herder –
De wond’ren werden woord en dreven verder,
Maar ‘k zag dat moeder met een glimlach weende.
Toen kwam de tijd dat ‘k niet naar boven keek,
Ofschoon de hemel vol van wolken hing,
Ik greep niet naar de vlucht van ’t vreemde ding
Dat met zijn schaduw langs mijn leven streek.
– Nu ligt mijn jongen naast mij in de heide
En wijst me wat hij in de wolken ziet,
Nu schrei ik zelf, en zie in het verschiet
De verre wolken waarom moeder schreide –
Uit: Verzamelde gedichten (1990). Oorspronkelijk uit Vormen (1924).
Wat mooi Nel, dank je wel voor het delen. Leuk dat mijn verhaal dit oproept 🙂
@Inge nog mooier nu het aangepast is.
@Nel wat een prachtig gedicht