Vrouwe Debock beende dagelijks ter vroegmis.
De boer begaf zich enkel op door God ingestelde rustdagen ter hoogmis.
Steevast trad hij voor het zingen de kerk uit.
Willekeurig waaide hij dan binnen bij weduwe Van den Eynde of bij de twee ongehuwde zussen van de notaris zaliger gedachtenis. Soms ontving moeder overste van het klooster Maria Onbevlekte Ontvangenis hem of verwachtte de pastoorsmeid, terwijl ze uitkeek naar de eerwaarde heer, hem. Betreurde de parochie een plots overlijden, klopte hij aan bij de begrafenisondernemersvrouw.
Slechts heel af en toe weerstond de boer de wulpse blikken van de schooljuf.
Weer thuis riep de boerin: “Was de weide weer groener aan de andere heuvelkant?”
De boer riep weer: “Hoe kan ik dat weten?”

<3
'Ergens binnenwaaien'… Leuk.
Dank je, Nele.
Heerlijk verhaal, o_verschreef.
Taalgebruik zeer passend bij deze ‘vrome’ boer die vrolijk groenere weiden binnenstapte.
En dank je, Nel
Mooie taal! Ook mooi verhaal. Van mij een hartje.
Leuk verhaal, mooi weergegeven! Ook van mij een hartje!
O: sappig verhaal. Ik vond de namen wat verwarrend.
Heel origineel, maar toch ook een ware o_verschreef …
Dank voor jullie fijne reacties. Warm!
@ Levja: “een ware o_verschreef…” Hoe bedoel je?
Als de boeren niet meer klagen en de pastoors niet meer vragen, dan nadert het einde der dagen.
(Sommige mensen veranderen nooit;-))
@ Simone: een waarheid als een koe! 😉
deze boer had de vrouwen al gevonden