Mijn vader had naast twee linkerhanden een sterke kant: reparen kon hij niets, maar hij kende iedereen.
Zo bekleedde broeder Hamming graag bij Rozema de versleten stoelen.
Het was goed en gratis.
Nou ja, voor niks gaat de zon op, iedereen mocht bij ons mee-eten met als smulmoment moeders heerlijke gehaktballen.
Helaas, hoogtepunt en dieptepunt liggen vaak bij elkaar. Mijn vader scharelde ene meneer Lammers op voor het behangen van de kamer.
“Hoe vond Lammers je gehaktballen, moe?”
“Lekker,” zei ze, “maar …”
“Wat maar?”
“Je vader heeft de klus zelf moeten afmaken.”
“Kwam Lammers niet terug?”
“Nee, hij verhing zichzelf dezelfde avond.”
Ik was stil, toen vroeg ik door.
“Waarom?”
Mijn moeder zweeg lang voor ze antwoordde.
“Ze zeiden ‘vrouwen'”

Verkeerde titel, ik heb een nieuwe ingestuurd
Joop: op zich leuk zo’n keukengesprek. Wel een aantal opmerkingen:
De eerste zin zou ik veranderen: naast past er niet lekker in.
De reden van verhangen heeft verder geen link met het verhaal, zo is het niet af of het eindigt wat ongewis.
Reparen = repareren
scharelde = scharrelde
een punt achter de laatste zin.
Het was vol met fouten en slordig, Berdien.
Joop: voel je vrij om kritisch te lezen en een ander daarmee in het schrijversschap te stimuleren.