Je zult het maar zijn? Een zakpijp, een manteldier. Je leeft op, in en door water. Douchen hoeft niet. Naaktzwemmen mag. Niemand die het ruikt of ziet. Dag in dag uit pomp je water door je lijf? Dat is toch geen leven? Het slaat voortdurend op maag, darm en hart. Om over de blaas maar niet te spreken. Gewoon laten lopen zeg ik dan.
Maar dan die onderverdeling. Samengebracht met gewervelden en schedellozen in de stam van chordadieren. Met de eerste kan ik nog leven, maar met schedellozen? Domme dieren. Waar laten ze hun hersens? In ballen of borsten? Ach, laat mij maar lekker zuigen, met mijn kieuwkorf voedsel filteren. Dat maakt mij gelukkig, gelijk een koe zijn gras pruimt.

Geen lekker dier, maar een gelukkig dier … Bijzondere invalshoek.
Wat een interessant inkijkje in het leven van een zakpijp! <3
Grappig geschreven!