Ze waren een voorbeeld van twee geloven, die op één kussen sliepen. Mijn vader was een katholieke Brabander en mijn moeder Hollands-protestant.
De duivel heeft er nooit tussen gelegen. In volstrekte harmonie beleden zij hun samengestelde geloof.
Ze mochten ook verschillen van elkaar. Zo vond mijn moeder de Maria-verering maar onzin, en kon mijn vader behoorlijk vloeken.
Die schuttingtaal had echt nut, volgens mijn vader. Niets zo lekker als een stevige vloek als je met de hamer op je duim slaat. Dan helpt een beschaafd ‘potjandorie’ heus niet.
Soms mochten we ’s avonds stiekem, buiten gehoorsafstand van mijn moeder, lelijke woorden zeggen. Dat luchtte lekker op.
Inmiddels vloek ik ook overdag regelmatig. En aan Maria doe ik allang niet meer.

Erg leuk geschreven, Lisette. Ik heb het met plezier gelezen. Gewoon lekker jezelf kunnen zijn en weten dat dat goed genoeg is.
@nyceway, dank, fijn te horen!
Titel ook leuk gevonden.
@Levja, ja, dat vind ik altijd een extra opdracht, maar ook leuk om te doen!
@Lisette: geeft mij soms de nodige hoofdbrekens, hoor. Maar, inderdaad leuk om te doen.