Het is vroeg in de ochtend en ijskoud. Ik trek de fiets uit de schuur en doe kruik en broodtrommel in de fietstas. De kruik voelt lekker warm dus wrijf ik mijn koude handen er nog eens overheen. De damp slaat er vanaf.
De fabriekspoorten staan wagenwijd open. Het werkvolk druipt binnen. Links en rechts wordt mompelend gegroet. Eerst klokken en dan mijn fiets wegzetten. Vervolgens de kruik legen. Het is druk bij de kierketel. Ik moet heel even wachten, de kierketel is al vol.
Geduldig wacht ik tot de lege ketel weer terugkomt. Ik trek mijn kruik open en laat de ochtendurine in de ketel lopen. Zure pis kookt het garen. Het voelt als een warme deken, van Aabe.

Ja, de kierketel was toch om garen schoon te spoelen? Aabe wollen deken.
ja, ooit moesten de arbeiders hun urine inleveren.