Met bloeddoorlopen ogen staart de man mij aan. Zijn haren pieken alle kanten op, zijn baard draagt resten van vele maaltijden. Ik weet dat hij geen medelijden heeft.
Hij zal me raken op mijn zwakste punt.
Terugkijken en mijn blik niet afwenden. Hopen dat hij het eerder op zal geven dan ik.
Het mes, waarmee ik zojuist een homp worst heb afgesneden, houd ik recht voor me uit. Ook hij richt zijn lemmet op.
Met mijn vrije hand reik ik naar de fles. In één teug klok ik de bodem rum naar binnen. Mijn ogen beginnen te tranen. De boekanier Captain Morgan lacht me vanaf het etiket tegemoet.
In een korte beweging werp ik de spiegel tegenover me aan diggels.


Ingenieus verhaal, Hadeke.
De boekanier is er heel mooi in verwerkt.
Het enige wat me nog niet lukt, is om de titel te duiden.
Ergens tussen bezopen en verzopen.
In het volgende stadium lopen de ratten over het plafond.
Beeldend stukje!
Gr. + <3,
Chris
Geweldig.
John Steinbeck schreef het al: ‘Zorg dat een blik van een dronken kerel nooit de jouwe kruist.’
@C.P.V. en na het rattenstadium volgt de coma en daarna de dood ofwel de ambulance…
@Hadeke: bij zouden ze een trechter moeten plaatsen, vrijwillig zou ik niemand onder tafel drinken of het moet zijn dat er een grote bloembak naast me staat…
Verrassende invulling Hadeke. Je krijgt me met het eerste stuk op het puntje van m’n stoel. Pas bij de laatste twee regels blijkt wat er aan de hand is. En dat het gevecht op voorhand al is verloren….
@Hadeke, ik had er zelf ook over gedacht om vanuit een ik-persoon te schrijven, maar ik kan het nooit zo goed als jij…
Ik ben en blijf een Hadeke fan!
Dank voor de reacties.
En FrankL., je legt de lat zo wel hoog hoor. Straks krijg ik nog schrijfangst. 😉
dat is misschien wel de bedoeling…. Geeft andere schrijvers ook eens een kans!