Emanuelle stroopt heel langzaam haar kanten kousen op. Ze is uitgeput. Niet van de daad maar van de rede. Al die gesprekken van haar recente verovering hebben een kille uitwerking op haar zin.
Zojuist had de prille lover haar nog in de waan gelaten van zin. Ze had de verzwaarde ademhaling goed gespot. Ondanks de onervarenheid had de jonge onderzoeker haar zin gegeven. Maar waarom, waarom zoveel ouwehoeren? Van de zenuwen? De eerste keer?
Aanvankelijk had de jongeman gezwegen. Had zich laten leiden door Emanuelle. Bloedmooi was ze. Hij geil. Totdat hij zijn ervaringen woorden begon te geven. De rede een loopje met hem nam. Kritik der reinen Vernunft. Alleen daar kon hij nog aan denken. Aan Kant. Van Kant.

Grappig Mien, het contrast tussen de zwoele sfeer die eerst wordt weergegeven en dan de beredeneerde slotzinnen. In vier zinnetjes achter elkaar drie keer het woordje ‘zin’ gebruiken, vind ik niet heel mooi, maar als geheel mijn hartje.
Zin is essentieel bij Kant. Bijkante zingeving! ?
Mien, wat weet jij toch altijd overal een geweldige draai aan te geven! Krijg je ook een hartje voor! ♥