Ja, ik beken. Ik heb een totem. En een voortotem.
Acht kampen kookte ik voor Kapoenen, Welpen en Kabouters. Gauw honderd scoutsmondjes.
Achter grote kookpotten verdiende ik mijn totem: timka, of wasbeer. Intelligent, bevallig, behendig, lenig, aangenaam, opgewekt, nieuwsgierig, plagerig, guitig, moedig, volhardend en behulpzaam. Allemaal eigenschappen die een officieel totemkiesorgaan, na lang beraadslagen, in zowel de wasbeer als in mij constateerden. Ik zweer het!
De traditie wilde dat ik een jaar later, tijdens weer een kamp, mijn voortotem toegewezen kreeg. Hierover besliste de ganse leidingploeg, de andere kookouders, de fourage- en verpleegequipe enz. In alle ernst.
De leden zaten al in hun slaapzak, het kampvuur knetterde. Ik wachtte nieuwsgierig ver van de kring.
“Bedachtzame!”
Zo’n ongeleid projectiel als ik!

Grappige en originele invulling van het themawoord, o_verschreef.
Grappig: bedachtzame wasbeer, groot compliment als ik het zo lees!
Zo zie je maar waar een adjectief toe kan leiden. Mooi de sfeer van scouting geschetst.
constateerden moet constateerde zijn!
Leuk en sfeervol stukje uit de wereld van de padvinderij.
Dank je, Ewald, Marie, Levja en Nel, voor het lezen van m’n stukje, en voor het waarderen.