Naast zand en steentjes aten ze geregeld een konijn of een vis die ze konden vangen. Ze praatten over alles en nog wat. En ze praatten vooral over de hulsels waarvoor ze gevlucht waren uit de maatschappij.
‘Er komen er alsmaar meer bij,’ zei de zwerver.
Het meisje knikte. ‘Hersenloos en harteloos,’ zei ze beamend. Ze wist er alles van.
Bezorgd keek ze naar de lucht. ‘Dit mooie weer blijft niet duren. Straks wordt het winter en hebben we nood aan een steviger maaltijd.’ In zijn voddenjas vond ze een viool.
‘Hij heeft geen snaren meer,’ zei de zwerver treurig.
Ze knipte een stukje van haar haar. Ze besnaarde er de strijkbout mee en ze maakte er een strijkstok van.


Haarscherp vervolg
Leuk!
Ik twijfelde over die of dat… Een konijn en een vis ‘die of dat’ je kunt vangen?
Die dus. (Meervoud.) 🙂
Er staat “een konijn OF een vis”. Het is inderdaad lastig of je hier dat of die moet schrijven, daarom vermijd ik zulke zinnen altijd. Je zou kunnen schrijven: aten ze geregeld een zelf gevangen konijn of vis. Dan ben je van dat probleem af.
mooi hoor, je gaat mee in de romantiek