Ze staat al een halfuur te wachten. Haar kamertje is donker. Hoe vaak heeft ze daar niet gelegen met haar vingers in de oren. Nee, naar binnengaan wil ze nooit meer.
Door de vitrage ziet ze haar moeder gesticuleren; wat zou ze zeggen?
‘Ik ben je bezit niet en mijn dochter evenmin.’
‘Je bent mijn groupie. En het is ook mijn dochter.’
‘Nee, je bent slechts haar verwekker. Er zit wat wits onder je neus…’
There must be some way out of here… neuriet ze de trap af.
‘Sorry meisje, het duurde langer dan ik dacht. En nog meer sorry voor alles.’
‘Geeft niet mam, jij kunt er niets aan doen.’
‘Sta je hier al lang?’
‘Een minuutje of vijf.’


Zijn bovenlip zit wel heel dicht onder zijn neusgat, Han ☺
Ewald, het is ook een rare man…
Dat meende ik al te begrijpen.
Zo beter, Ewald? Dank je, aangepast.
Het was geen kritiek, Han. Dit is wel logischer, hoewel heel slordige snuivers ook vlak boven de bovenlip wit kunnen zien.
Haha, Ewald. Gelukkig heb ik er geen ervaring mee.
Ik ook niet, Han. Drugs? Daar haal ik m’n neus voor op ☺
Ewald, een Heineken vind ik genoeg.
Laat ik niet jokken. In mijn jonge jaren heb ik mijn neus wel eens gepoederd, maar de laatste dertig jaar niet meer.
Houden zo! Ewald.
Proost, Han!