‘Moet ik het voor je spellen? Eduard, Xantippe. Het is over, koe! Ik moet je niet meer.’
Dat was het moment waarop ze het laatste restje waardigheid in haar ooghoek zag wegvliegen. Ze deed geen moeite meer om het nog te vangen, maar stortte zich met haar volle gewicht bovenop de boodschapper van de woorden die ze niet wilde horen. Elke kilo troostvoedsel die ze al maandenlang tot zich nam, werkte in haar voordeel.
Uitgeput zakte ze naar voren, toen er geen geluid meer uit zijn mooie mond kwam. Zijn natte kleverige wang voelde troostend warm aan. Ze ving een rood stroompje op met haar tong. Omklemde het vertrouwde lichaam als een drenkeling.
‘Blijf bij me. Ik heb je nodig.’


Zo goed je weer te lezen @ Nyceway! Of the way nu wel zo nice is? Je stukje wel.
Mooie paradox zet je neer!
Tragiek in optima forma!
@Nyceway, heerlijk vleselijk verhaaltje vanaf elke kilo. In het begin was ik gedesoriënteerd. Wist niet wie sprak, wie wie was. Bij … [waardigheid in haar ooghoek zag wegvliegen.] ga ik ervan uit dat het de ander betreft. Het begint verwart me dus. Je insteek en beschrijving een hartje waardig.
Levja, Marie, Nel en Mili, bedankt voor de mooie reacties. Mili, ik heb een woordje omgewisseld, hopelijk is de spreker in het begin nu duidelijker.
@Nyceway. Sorry, ik had je stukje nog niet gezien. Maar… de tegenstelling is hartwaardig!
Dodelijke liefde!