Broeder Franciscus voelde voorzichtig aan de vuurrode zwelling bij zijn grote teen en slaakte een kreet van pijn. Het gewricht voelde warm en kloppend en het zweet stroomde over zijn rug. Hij was koortsig en misselijk en strompelde naar de kerk voor de eerste getijden. Hij probeerde zijn teen tijdens het knielen zoveel mogelijk te ontzien maar bad zijn metten met meer toewijding dan ooit. Hij wist dat zijn probleem werd veroorzaakt door een teveel aan flegma in de hersenen dat door de zwaartekracht in zijn dikke teen terecht kwam. Jicht was het gevolg van een liederlijk leven en hij smeekte God zijn straf ongedaan te maken.
Hij wilde boeten en liet zich overplaatsen van de brouwerij naar de stallen.

Zinloos, Franciscus. God is meedogenloos en in tegenstelling tot wat wordt gezegd, beslist niet vergevingsgezind. Integendeel, de Heer is de wrake <3
Sterk stukje. De laatste zin geeft dan weer een glimlach.
Volgens mij leest een komma tussen ontzien en maar beter.
In de brouwerij staat Franciscus aan te veel verleidingen bloot. Het is dus deels zijn eigen schuld…
Bedankt voor je hartje Ewald
Bedankt Levja. Je hebt gelijk wat die komma betreft.
Als afstammeling van een bierbrouwer begrijp ik Franciscus heel goed, Katie. Mijn zegen heeft hij.
Het woord flema past echt in de sfeer van een klooster.
Leuk bedacht, Katie.
Helemaal herkenbaar! ;-).
Hart!