Ik zag haar staan, zij zag mij niet
het was de scheelheid van verdriet
Zij droeg een jurk van krijtpapier
met enkel vlekjes daar en hier
van haar vuile handen
toch slechts aan de randen
Haar voeten waren krap gehuld
in dromen wel en niet vervuld
zodat haar kousenvoeten
regelmatig vervangen moeten
In haar haar wat regenbogen
kleurend prachtig bij haar ogen
maar geen kam raakte de klitten
zodat die voor eeuwig zitten
Uiteindelijk glimlachte zij bedeesd
een blik die menig man nog vreest
zo kuis haar jurk maar haar gemoed
was vuiler dan het ondergoed
Zij droeg een jurk zo onbeschreven
is haar huid nooit gebleven
was zij gehuld geweest in lompen
dan was de geest niet zo bekrompen


Heel bijzonder. Met de heerlijke zin: Zij droeg een jurk van krijtpapier …