Als Egge met een groepje thuiskomt, blijven ze verbaasd bij de deur staan. Op de grond liggen enkele matrassen en op dat moment valt er nog een naar beneden. Op de galerij zijn Zegge, Zanna en de kinderen bezig de overige van de bedden te halen.
‘Wat doen jullie?’ roept Egge.
Zegge spring naar beneden. ‘We gaan met zijn allen hier slapen, tegen elkaar aan. Ieder apart is veel te koud.’
‘Als apen op een kluitje?’ Egge lacht. ‘Nou ja, je hebt natuurlijk gelijk.’
‘Hebben jullie nog iets eetbaars gevonden?’
Egge schudt nee. ‘Kou én honger. Hoe lang houden we dat vol?’
‘Ik weet het niet.’ Zegge haalt zijn schouders op en klimt weer omhoog.
Egge kijkt hem bezorgd na.


Is en blijft mooi Marlies
De blauwtjes bedoel ik dus.
Dank je, Levja.
Je neemt ons weer mee in de sprookjeswereld
Die blauwtjes smaken iedere keer weer naar meer Marlies. Leuk!
José en Alice, dank jullie wel!