Ze gleed uit, krabbelde recht en liep verder zonder galochen. Acht hazenpootjes duwden ritmisch in haar rug, alsof de dooie dieren haar tot spoed aan wilden manen.
De honden kwamen te dicht. Ze zouden in haar kuiten bijten, of in haar beboterde billen, zeker als ze verder bleef lopen.
Marie roerde niet meer, omarmde gelaten haar lot.
Ze lachte toen ze hem én de honden herkende.
Sultan en Smoutzak! En Gust! De marie van Marie!
Ze gaven elkaar een klinkende zoen, zij haastte zich naar huis en hij schoot naar zijn commandant, om te zeggen dat daar niemand was.
Bijna iedereen blauwde en stroopte een beetje, in Godsvelde, zo rond 1930. Bepaalde samenwerkingen tussen blauwers en kommiezen waren heel gewoon.


Knap stukje authentieke geschiedenis, bont beschreven!
de kleine corruptie in de grensstreek!
Mooi origineel verhaal!
De laatste twee zinnen hadden wat mij betreft ook in het verhaal verwerkt mogen worden, nu is het wat narratief.