Serieus! Ik kan uit mezelf treden. Ik kan – hoe zeg je dat? – een soort van geest worden, rondzweven, rondkijken en niemand merkt het. En dan ook nog zonder dat er tijd verstrijkt: weg zweven, tegelijkertijd terugkeren, en ondertussen overal zijn en alles zien.
Je denkt: dat is fantastisch. En dat leek het ook. Als kleuter: onverslaanbaar met verstoppertje. Op school: nooit iets hoeven te leren. En later: indruk maken op wie ik maar wilde.
Maar er was een keerzijde. Veel mensen vonden me eng. Iedereen eigenlijk. En het lukte me nooit om een serieuze relatie op te bouwen.
En nu, zoveel teleurstellingen later, nu denk ik erover om definitief uit te treden. Ook al is het maar voor een ogenblik.

Geestig, Gijs. Volgens mij moet wegzweven wel aan elkaar worden geschreven. Net als weglopen, wegrijden, wegvliegen et cetera.