“Ga je lekker?” vroeg ik aan de jongeman die aan mijn fiets stond te pongelen.
Geschrokken zette hij het op een lopen. Als een haas ging hij ervandoor.
Ik rende hem nog achterna maar hij was al snel uit het zicht verdwenen.
Zijn signalement had ik wel snel opgenomen. Klein, smal en stinkend was hij. Met bruin haar.
“Ach ja,” dacht ik, “mijn fiets staat er nog!”
Blij dat ik net op tijd was nam ik plaats op mijn ijzeren ros en begaf me naar huis.
Onderweg kreeg ik een platte achterband.
Balend dat ik mijn weg te voet moest voortzetten op schoenen die daar niet geschikt voor zijn bedacht ik me: “Beter een platte band dan een gestolen fiets.”


Het glas is vaak halfvol ?. Wat een grappig woord: pongelen, ik had er nog nooit van gehoord.
Het klinkt als een verhaal, dat je zelf hebt beleefd, Ingrid.
Kennelijk is er dan de impuls de dader achterna te rennen.
Maar wat, als je hem “te pakken hebt”?
Goed geschreven.
<3
Ingrid, net als Alice was ik verrast door het woord ‘pongelen’. Weer wat geleerd ☺
Pongelen is voor mij zoiets als aanmodderen…
Bedankt voor jullie leuke reacties, Alice, Nel en Ewald!
En ja, in 2 delen zelf beleefd. 1 verhaal van gemaakt.
Wat ik zou doen als ik diegene te pakken had? Eh… geen idee… misschien omstanders erbij roepen.
Leuk stukje. Ook het pongelen leuk gebruikt.
Dank je wel Levja. Als Limburgse neem ik dat woord wel eens in de mond.