Robbert wordt wakker na een onrustige nacht. Hij heeft een idee: als nieuwe chef zal hij de afdeling trakteren op slagroomgebak. Dat kan een omslag in de stemming teweegbrengen. Hij komt opgewekt binnen: “Goedemorgen, vandaag is er gebak bij de koffie.” Hij snijdt de taart aan. Als hij opkijkt, ziet hij dat Jaap een briefje doorgeeft. De lezers gniffelen en wisselen snelle blikken uit. Een enkeling lacht hardop.
Dan knapt er iets bij Robbert. Langzaam glijdt zijn hand in zijn broekzak. Hij pakt het zakje poeder, dat hij er die ochtend heeft ingestopt. Niemand ziet, dat hij een wit stofje over de taart uitstrooit. “Welterusten allemaal … ” Hij stapt op, sluit de deur met een klap. Er is geen weg terug.


Een leuke quadrilogie geschreven, Nel!
Dank je, Ewald!
@Nel. Knap.
Ik zie nog enige vervolg-coupletten… Die briefjes waarmee de werknemers communiceerden, die gingen over iets en over iemand… Misschien wilden ze wel een soort verrassings-benefiet organiseren voor de gehandicapte zoon van Robbert?
Dank je, @Nele
Robbert zit nog steeds in mijn hoofd. Wie weet verschijnt hij nog eens ( of zijn replica 😉