Ik tref hem onder een boom. Hij slaapt. Eindelijk. Hij vertelt me over zijn angst, over zijn vrienden die hij zag sneuvelen, over zijn vlucht door de heuvels, twee dagen, twee nachten, dat hij zich aan het einde van de afgelopen middag eindelijk veilig voelde en een plek zocht om te slapen.
Ik neem zijn verhaal mee. In het huis aan de rand van de stad slaapt de vrouw, en daar fluister ik zijn verhaal.
En als de zon mij ver naar het westen verdreven heeft, en de geruchten van de nederlaag de stad bereiken, voelt de vrouw wel mee met haar onzekere buren en kennissen en vriendinnen. Maar tegelijkertijd weet ze: mijn zoon leeft nog. Het was geen droom.

Diep ingrijpende tragedie: oorlog. Mooi hoe de nacht hier een rol in speelt.
@Gijs Smit, hoe kan hij vertellen als hij slaapt, dacht ik eerst. Ik had beter moeten weten omdat jij met de hoofden van je lezers speelt. Het is de wind, mijn kind.
Hoewel je uiteraard een hartje van me krijgt, vind ik [met haar onzekere buren en kennissen en vriendinnen.] minder geslaagd dan de rest van je tekst.
@Mili.
Dan ga ik wat doen aan haar onzekere buren en kennissen en vriendinnen.
(Maar vandaag niet meer)
Mooi en tragisch, Gijs!
Tragisch is het goede woord ja. Knap stukje Gijs.
@Marie, @Marlies, @Inge, dank jullie wel.
@Mili, ik ben de buren, kennissen en vriendinnen niet vergeten, maar voordat ik het aanpas moet ik toch eerst even mijn kinderen opvoeden en zo.