‘Hallo, buurman. Goed dat ik u tref. Ik wil u graag een compliment maken.’
‘Dag buurvrouw. Dat is aardig.’
‘Ik vind het bewonderenswaardig hoe u zo enorm veel herrie kunt maken, zonder één seconde aan uw buren te denken.’
‘Goh …’
‘Bovendien lukt het u altijd juist op mijn vrije dagen heel vroeg te beginnen met boren, zagen of slijpen. Alsof u mijn werkrooster bijhoudt.’
‘Eh …’
‘En schreeuwen. Of hard met deuren slaan. Daar bent u ook bijzonder goed in. Vanochtend lag ik nog te dromen en precies toen ik een huis binnenging in mijn droom, smeet u de deur in mijn gezicht. Geweldige timing.’
‘Nou, eh, beter een naaste buur dan een vriend die nooit van zich laat horen, hè?’


Wat een charmante manier om je ongenoegen te uiten, Inge. Ik denk dat de rijdende rechter jullie buurt voorbij zal rijden.
De andere kant (van het gelijk)
Wat knap om iets negatiefs om te buigen naar iets positiefs. De boodschap komt helaas niet over…
Ik zie die twee nog trouwen. Ze zijn allebei erg gevat, dat hebben ze wel gemeen.
Passief agressief :-p
Dank allen 🙂
Haha Nele, wat een sprookjesachtige gedachte.
Mijn buurman heeft een grote neus en enorme lippen. Daar probeer ik ook altijd tussendoor te praten. Helaas tot nu toe zonder succes. En dan heb ik het nog niet eens gehad over zijn grote ogen. Een quasikwast is het. Een hele grote. Voor mijn verjaardag heb ik oordoppen gevraagd aan hem. Twee setjes. Een hoor hem en een voor mij.
Mooie treffende dialoog over de buurmuur Inge! 😉
goede cynische dialoog