Een zacht briesje strijkt over haar gezicht.
De milde meiregen laat druppels achter, zodat haar huid een mooie glans krijgt.
Zij wacht, maar hij verschijnt niet.
De storm steekt op. Een windvlaag doet haar haren wapperen. Hagel striemt haar huid, die langzaam rood kleurt. De kou trekt in haar botten. Roerloos blijft ze wachten, maar hij verschijnt niet.
Het wordt donker. In de stilte van de nacht staart ze voor zich uit. Ze waakt en wacht, maar hij verschijnt niet.
De morgenzon verwarmt haar en streelt haar huid. Een plotseling geruis in de struiken doorbreekt de stilte. “Ik ben er”, fluistert hij zo zacht, dat alleen zij het hoort.
Het wordt weer stil. Hij is voorbijgegaan.
Zij richt zich op.


Sfeervol stukje. Dat ik binnen 120 woorden vier keer ‘zacht’ of ‘zachte’ lees, doet er voor mij wel afbreuk aan, zeker omdat het tot twee keer toe vlak achter elkaar gebruikt wordt.
‘Striemt op haar huid’ moet voor mijn gevoel ‘striemt haar huid’ zijn.
Dank voor je kritische blik, @Hay. Ik ga ermee aan de slag. Vier keer zacht is inderdaad te veel.
Zo leest het soepeler. Alsnog een <3 😉
Dank, @Hay. Ik heb ook nog even de volgorde van de twee slotregels veranderd.
@Nel, de sfeer die je oproept, laat me niet onberoerd. Vandaar een hartje.
Zuster Goudriaan,
Net heb ik vijf keer je mooie verhaal gelezen.
Steeds probeer ik zelf in te vullen waar ze op wacht en wat er door de struiken komt.
VmetdeVorK.
Bedankt @Mili
broeder @VmetdeVork, dank voor het intensieve lezen.
Ik heb inderdaad in het midden gelaten op wie
/ wat de hp wacht.
mooi, intrigerend wie er fluistert