Trots spreidde hij zijn waren uit. “Kijk, mevrouw, de mooisste kerssen, de heerlijksste peren!”
De vrouw bestudeerde het fruit. Het zag er verleidelijk uit. Meloen, grapefruit, kiwi’s… Ze was echter een beetje ontdaan van de gretigheid waarmee hij probeerde haar van zijn fruit te laten proeven.
“Probeer anderss deze banaan!” fleemde hij. “Of hier! Aardbeien!” Toen hij naar de sinaasappels gebaarde maakte ze een afwerend gebaar. Zijn geslis werkte op haar zenuwen.
Ze rook aan een ananas – heerlijk rijp… Maar nee. Ze werd steeds onbehaaglijker. Zomaar weggaan echter, dat was onbeleefd.
Tenzij… Ze keek nog eens goed. Had hij geen…? Opgelucht schudde haar hoofd en draaide zich om. “Vergeef me,” zei ze terwijl ze wegliep. “Ik had liever een appel.”


het fruit wint het van de verkoper, goed zo! <3
‘naar de sinaasappels gebaarde maakte ze een afwerend gebaar’ tussen gebaarde en maakte een komma.
Ik zou haar- gezien haar gretigheid naar appels- een pond appel laten vragen.
Aardig beschreven, hoe een mogelijke koper de verkoper ontwijkt en haar eigen plan trekt.
Met vriendelijke groet+ hartje,
Chris
Goed geschreven. Ik zie de blik op haar gezicht voor me als ze de laatste zin uitspreekt, zich nog eens omdraait en achteloos naar de volgende marktkraam loopt, waar zich misschien wel een vergelijkbaar tafereel voltrekt. <3
Dank voor jullie reacties en de hartjes.
@CP: Hm… ik geloof dat de “regel” voor kommagebruik niet eist dat er hier een staat. Voor mijn gevoel geeft het een onnatuurlijke pauze.
Enne… er ís geen andere aanbieder, geen markt en geen verkoop. Er is verleiding – en dit maal valt ze niet.