Een rijbewijs en een auto. Wat een enorme luxe. Vooral als je moeder het wel kan en heeft en je vader niet.
Ze reizen graag met de trein maar het gemak van in de auto stappen en overal te kunnen komen is ongekend.
Dat resulteert dan ook in het volgende gesprek.
Mama, als ik groot ben spaar ik eerst voor m’n rijbewijs en daarna voor een auto.
Als ik dat heb dan ga ik sparen voor een huis. Met een tuin.
Hoe vaak ik ze ook heb uitgelegd dat daar voor sparen bijna niet reëel is blijven ze volhouden.
De een wil tussen vader en moeder wonen.
M’n oudste vraagt;
“Denk je dat nummer 51 dan nog te koop staat?”


Dat hoop ik toch niet voor nr. 51, hahaha.
Leuk stukje!
@Janneke, niet echt een goed stuk te noemen. Het beste kun je hiermee terug naar het kabinet.
De derde zin is geen goede zin. “Als je moeder het wel kan het heeft”, slaat kennelijk terug op de eerste zin. Een rijbewijs heeft ze, zo begrijp ik, maar waar “kan” dan op moet slaan?
– Ze reizen graag met de trein maar het gemak van in de auto stappen en overal te kunnen komen is ongekend.
Het onderwerp van de zin is “ze”. Het tweede deel van de zin sluit daar niet goed op aan. Beter zou zijn: en overal te kunnen komen waar ze willen, is ongekend.
Het middendeel mist de nodige aanhalingstekens en daarom is niet goed duidelijk wie wat zegt.
– Hoe vaak ik ze ook heb uitgelegd
Er is één kind aan het woord, maar daarna gaat het over “ze”, dat is hier meervoud.
Welk kind precies aan het woord was, is niet duidelijk, daarom is ook niet duidelijk welk kind later aan het woord was.
– Als ik dat heb dan ga ik sparen voor een huis.
Beter: een komma na “heb” en “dan” weglaten. Dat lijkt hier de functie van een opvulwoord te hebben.
– M’n oudste vraagt;
Geen puntkomma, maar een dubbele punt. De laatste zin, die wel tussen aanhalingstekens staat, hoort hier dan direct achter geplaatst te worden.
– Dat resulteert dan ook in het volgende gesprek.
Hier zijn de woorden “dan” en “ook” overbodig, en lijken zo opvulwoorden.