Onze bovenlijven zijn gehuld in witte T-shirts met lange mouwen. Ik draag een plat zwart hoedje. Mijn armen omklemmen mijn hoofd. Voorovergebogen zit ik hier met duizend anderen.
De muziek dendert luid door het stadion. Het publiek is doodstil. Net als ik. Mijn lichaam beeft, dat wel. Iedereen beeft. Als het verkeerd gaat worden we gestraft.
Hij kijkt naar mij, naar ons allemaal. Vanuit de hoogte.
In de nok staat een camera op ons gericht. Het beeld wordt doorgezonden naar de grote schermen in het stadion. Eén groot wit vlak.
De muziek valt stil. Ik tel tot drie. Met zijn allen springen we rechtop. Samen vormen we de afbeelding van hem, de Grote Voortrekker.
En ik spring in het oog.


Recente reacties