Ook wanneer mijn strijd gestreden is,
de pijn mijn lichaam heeft verlaten
en mijn bestaan is uitgeblust.
Ook wanneer alle angsten zijn vergeten
en mijn zonden zijn vergeven.
Ook wanneer het zijn, zijn einde nadert
en het oneindige begint.
Ook wanneer de verlossing nabij is
en mijn aardse last wordt toevertrouwd
aan moeder natuur.
Ook wanneer de wind me meeneemt
spelend met mijn resten,
terwijl een handvol dolenden
wezenloos voor zich uit staart.
Ook wanneer je zeker weet
dat je me nimmer nog
spreken zal.
Ook wanneer je na vele jaren
in een ver hoekje
nog een vergeeld briefje van me vindt
aan jou gericht.
Ook wanneer je kinderen
naar me vragen.
Twijfel nooit en
verspil geen tranen
om mij.

One-hundred-and eighty!
Dank je Rob 😉
@Werner:
de inhoud van je stukje wekt een hevige recalcitrantie in me op.
Ik heb al zo veel moeite met de levenden die me menen te moeten vertellen hoe ik mij moet voelen en hoe ik moet leven. Laat staan dat ik dat zou pikken van een dode.
Als je iemand lief hebt gehad die er niet meer is, is het heel normaal dat er verdriet is. Wanneer dat niet geuit mag worden sterf je ook een beetje mee.
Dit is natuurlijk een heel persoonlijke interpretatie, maar toch misschien de moeite waard te melden. (Mijn man weet al dat hij zo geen briefje voor me mag achterlaten.)