‘Bitte Suppe. bitte Suppe,’ roept de hoogbejaarde achter de tralies. Uiteindelijk brengt Andrej Mirosjovorowitsch een pannetje koude bietensoep. ‘Borsjtsj!’ klinkt het elke avond teleurgesteld. ‘Von Suppé!’, antwoordt Andrej steeds gevat.
Toen de thans dertigjarige Andrej nog in het dorpje onder de rokken van zijn grootmoeder woonde, moest hij al voor de man achter de tralies zorgdragen. Zijn broer Vladimir huppelt, nu deze de veertig gepasseerd is, nog steeds van kolchoze naar kolchoze. Vladimir´s gehuppel bepaalt mede de twijfel van Andrej.
Elke dag maaltijd, elke dag emmer stront en urine naar de beerput, is blijkbaar de oplossing.
De man achter de tralies moet intussen negentig zijn. Zijn verzorging legt veel druk op Andrej, vindt de vijfennegentigjarige grootmoeder van beide blonde jongemannen.

Enkele hort- en stoot-zinnetjes, Chris.
Brengt me wel terug naar de Russische literaire mastodonten.
Groet,
Rob.
Beste Rob,
De geneugten van de Russische Bibliotheek van Uitgeverij van Oorschot heb ik de afgelopen 55 jaar goeddeels aan mij voorbij laten gaan.
Verder heb ik in bovenstaand voor de couleur locale enige cliché’s bijeengeveegd, alleen wodka, spoetnik, komsomol en maroeska ontbreken.
Een 90-jarige Duitse krijgsgevangene die op bietensoep leeft, brengt alleen nog hort -en stootzinnetjes voort.
Met Sovjetgroet,
Chris
Broeder Vincentius,
Ongetwijfeld heb ik weer een lesje geschiedenis gehad ( familie 6) en daarbij in een wat benepen ruimte zitten lezen.
Borsjtsj kan mijn schoonpa trouwens lekker koken.
VmetdeVorK.
Beste VmetdeVorK,
Ik heb één keer borsjtsj gegeten, in 1976, in Kiev (toen nog USSR) Het smaakte naar koude bietensoep.
Het waren rare tijden. Alle sombere clichés over de USSR bleken tijdens de rondreis te kloppen, al vond de reisleidster van Intourist (=KGB) het een aards paradijs.
Met vriendelijke groet,
Chris