Het was een onaangenaam weerzien. Ze dacht dat ze voorgoed afscheid van hem had genomen. Maanden lang had hij haar beziggehouden, gestalkt. Hij drukte haar neer, maakte haar bang; in zijn aanwezigheid was ze tot niets in staat. Altijd was daar die donkere schaduw, steeds die angst en telkens weer de hete tranen.
Door praten, therapie, Prozac en Citalopram had ze afscheid van hem genomen. Ze dacht dat ze voorgoed van hem af was. Maar nu, jaren later, was hij daar weer.
Hij had zijn komst al aangekondigd, met een beetje somberheid, een beetje bangigheid. Toch was haar val onverwacht diep. Samen zitten ze nu op de bank, hij grijnzend, zij huilend. Ze zal het gevecht opnieuw aan moeten gaan.

Else, door de confrontatie komt de angst weer boven.