Terwijl de vrouw nog wat thee drinkt, zoekt de man wat op in zijn telefoon. De telefoon zit vastgeklemd aan zijn rolstoel vlak voor zijn rechter armleuning. “Om elf uur is jouw afspraak, Mien. Denk je dat we op tijd zullen zijn?”
“Dat redden we toch makkelijk, Jan. Het is om de hoek.”
“Oh gelukkig. Zal ik je er dan heen brengen, of denk je dat je dat zelf kunt?”
“Vandaag probeer ik het zelf eens. Dat moet ik toch kunnen.”
“Nou, probeer maar. Eet je nog wel even de rest van je taartje op?” zegt Jan, terwijl hij Mien’s bordje een halve slag draait.
“Oh, lekker, ik heb nog meer.” En samen lachen ze over hun Niet Aangeboren Hersenletsel.


Recente reacties