Een aaseter uit Monnickendam
die heel erg veel van kadavers nam
at zijn buik te vol
en zijn darm te bol
maar zette mij toch in vuur en vlam
Hij begon aan me te kluiven, zo rap
hij was alles behalve te knap
Ik was zonder verstand
bood dus geen weerstand
ik was slechts zijn prooi, een slappe hap
Als bakvis viel ik steeds maar weer om
trapte opnieuw in zijn leugens, hoe dom
Toen werd het hoog tijd
dat ik, zonder spijt
eens een keer de andere kant op zwom
Met rechte rug en ferme vinnen
word het stilaan kil koud van binnen
ik wacht niet tot later
en duik in diep water
ik zwem, kom boven, zal winnen

Recente reacties