De steenhouwer richt zich op van zijn kruk. Peuk in mondhoek. Zijn rug staat krom. Sigarettenrook kronkelt rond zijn neusgaten. Na vierendertig jaar onafgebroken arduinen dorpels- en ornamenten ciseleren, is hij vergroeid met zijn ambacht.
Zaakvoerder maant hem te blijven staan. Op twee meter afstand kraakt op neushoogte een loopkat voorbij waaraan een kleine driehonderd kilo wegend granieten plaat van vijf centimeter dikte bungelt. Tis tegen vijven in november. Flarden natte sneeuw glinsteren in juist ontstoken bouwlampen.
In een belendend kot zet zijn zoon de elektromotor uit van de poliermachine. Zij treffen elkaar op de koer bij het ‘gemak’ en fietsen zij aan zij terug naar het Dorp. Chef voor twee pinten in zijn staminee, zoonlief naar zijn zwanger Lief.

Het weekend is gearriveerd.
Ciseleren als nieuw woord geleerd.
Pintjes bij mosselen met friet.
Met sauce tartare zodat ik geniet.
Toffe tekst Rob
Je bent een Rapper, Vork.
Smakelijk!
Groet.
Prachtige sfeerschets. Ik zie ze zo wegfietsen.
Knap gedaan. 😉
Dank, Hay.
Heer Vork: mbt ciseleren. In Nederlands: ‘Frijnen’. Van die ribbels hakken. Je ziet dat soms nog bij dorpels, arduinen grafzerken en ornamenten. Arduin = Blauwe Hardsteen. Het was/is mijn stiel.