De klimplanten die ik in mijn tuin gepoot heb, zijn niet te stuiten. Als ze de vrijheid ruiken, tieren ze welig en kronkelen dansend door het leven. Ze overwoekeren de pergola met bruidssluier, vullen de muren van mijn huis met groenblijvende klimop en ik mag mij gelukkig prijzen als de prachtige blauwe regen bloeit.
Vaak ben ik jaloers op de overweldigende levenskracht, het mateloze plezier en de tomeloze energie die deze planten karakteriseert. Ik wil zelf een klimplant zijn. Het lijkt me zalig om mijn hele potentieel te kunnen gebruiken om te leven, me niets meer aantrekkend van de altijd aanwezige vingerwijzende mensen die me de ene na de andere beperking opleggen. Ik zou me erlangs worstelen of erbovenuit groeien.


Deze heeft als themawoord pergola en is dus nog van vorige week. Ik was een beetje ontmoedigd en bovendien had ik het druk met de eindredactie van onze debuutroman Schimmenschuw. Vandaag maar weer moed verzameld en toch de achterstand met de wekelijkse 120 woorden bijgewerkt, want het is wel leuk om ieder week een stukje van 120 woorden te schrijven, al zit ik niet op afbrekende kritiek te wachten. Ik doe dit voornamelijk voor de lol en voor de schrijfoefening. (Marjo)
Die is gewoon mooi.
Dank je Nele