Keboenk, keboenk, boenk, boenk
Piep, boenkboenkboenk …
“Dat klinkt niet goed”, sprak de arts.
“Nog eens luisteren.” Hij pakt opnieuw de stethoscoop.
Keboenk, borrel borrel, piep piep
Boenkboenkboenk, boenk.
“Nee, dat is niet best.”
“Dat brengt u subtiel zeg. Gelijk maar de hamvraag: hoelang heb ik nog?”
“Als ik het zo beluister, geef ik u geen drie maanden meer.”
“Ai, au, dat komt aan.”
“Mag ik weten, waarop u dit baseert?”
“Ervaring, mevrouw, jarenlange ervaring.”
“U draait er in ieder geval niet omheen.”
“Nee, ik zeg het eerlijk, uw geval is hopeloos.”
Ik loop naar huis, op mijn laatste benen.
Slofslof, stamp stamp, slof … boem!
Potverdrie, wat denkt die kerel wel.
Ik ga nog lang niet dood, in geen honderd jaar!


Zo is dat! It ain’t over, till is really over!
Laat je nooit het graf in praten.
Goede dialoog!
met vriendelijke groet = hartje,
Chris
@Nel, je stukje meer keren aandachtig gelezen. De recalcitrantie vind ik heerlijk. Het zijn de geluiden in overvloed waarvan ik lichtelijk terugschrik. Onderscheidend, dat wel. Je maakte voor mij als een leertekst.