Het was alsof er iets met vuile voeten en een onfrisse lijfgeur was voorbij gekomen. Zestien zonnen laserden hun meedogenloze stralen doorheen het laaghangende wolkendek. We stonden op de top van een heuvel en keken naar het zwartglinsterende pad dat zich wriemelend en knisperend een weg baande naar de zee.
De grond onder ons bewoog, stuwde ons eenzelfde richting uit.
Ik bukte me en plukte een kruipend steentje uit mijn schoenzool. Het kriebelde. Ik schreeuwde en gooide het weg.
Grootmoeder had ondertussen ook een exemplaar in haar handen.
‘De torren opteren voor een gezamenlijke zelfmoord,’ zei ze. De matheid in haar stem weerspiegelde mijn teleurstelling. Niets kwam tegenwoordig nog goed. Daarvan was de exodus onder onze voeten het levende bewijs.


Origineel beeld. Geen lemmingen, maar torren die zich massaal in zee storten …
Zestien zonnen vind ik wel heel erg veel, maar desondanks een hartje voor deze sfeervolle verbeelding.