Ook blaft er een hond, bij de buren. Dat deed ie vannacht ook al, vanaf een uur of twee tot een uur of drie, met korte onderbrekingen.
Dat kan een mens storen. Mij niet.
Goed, hij wekte me en hield me wakker. Maar hij is er om te blaffen als een egel het erf betreedt, verzon ik opgewekt.
Geblaf. De egel die zich oprolt. Het geblaf dat uiteindelijk verstomt. Kleine stapjes, aarzelend, maar te vroeg. Weer geblaf. Aftasten. Wederzijds. Een steekspel.
Zo zag ik dat, starend naar het plafond: een duel van alle tijden dat mij en mijn nachtrust leek te negeren.
Ik dacht aan de egel en de hond en aan Ivanhoe en John Wayne en droomde mooie dromen.

Recente reacties