Ze staat op de zolder van de boerderij en kijkt verdrietig omhoog. De deur van de rookkast staat op een kier. Ze ziet de verse worsten en het spek aan roestige haken hangen en moet kokhalzen.
‘Ga jij maar even bij de buren spelen,’ had haar moeder gezegd toen de slager achterom kwam. Zelfs daar had ze het gegil en gekrijs kunnen horen. Eenmaal thuis zag ze de donkere vlekken in het zand. De ladder stond tegen het bakhuis en de doordringende geur van bloed was overal. Huilend was ze naar binnen gevlucht. Ze haatte die man in het wit, met zijn grote handen en schaterlach.
Nu hangt het daar te roken, het vlees dat ze gisteren nog slobber voerde.


Ik zie het zo voor me. De boerderij waar ik als kind werkte, had ook een rookruimte. Buiten gebruik weliswaar.
@Lijmstok, dank!
@Karin, een bijzonder stuk. Goed geschreven.
Karin, ik logeerde vaak op een boerderij en schrok van de net geslachte varkens, tegenwoordig gebeurt dat allemaal buiten ons zicht
Dank @Ineke en @Jose.