Ik rijd naar huis om kerst te vieren, de jaarlijkse ontlading: weer een jaar voorbij. Er is een hoop gebeurd maar niet veel veranderd. Nooit meer oorlog, vrede… het is een utopie waar toch over gesproken moet worden. (Weten velen in Afrika überhaupt dat het kerst is?)
De opwarming van de aarde verhindert mij om in een winterwonderland te lopen, de kerstbellen in de sneeuw te horen. Ik kan alleen maar van een witte kerst dromen.
Ik hoef niet veel met kerst, geen cadeautjes, slechts jouw kussen onder de maretak. Gewoon samen een schitterende kerst beleven…
Ik hoor de kerkklokken die mij vroeger, als agnost, irriteerden, maar nu als een welkom protest klinken tegen gewelddadige ideologieën die onze vrijheid bedreigen.


Wellicht ten overvloede: tekst grotendeels gebaseerd op kerstliedjes.
Han
44