Hij leefde een evenwichtig leven.
Het overschot aan teer en nicotine compenseerde hij door ’s nachts, ladderzat, in de frisse lucht naar huis te lopen. In nuchtere toestand een korte wandeling van een kwartier. Met Bacchus aan zijn zijde een expeditie die toch al gauw veertig minuten vergde.
Steunend tegen lantaarnpalen liet hij, als offer aan zijn metgezel, half verteerde hamburgers speciaal of ‘frietjes met’ achter op het trottoir. Op die manier trainde hij tevens zijn biceps en onderarmen, én loosde ongezonde maaltijden. Soms maakte hij een dansje, ter voorkoming van dichtslibbende aderen.
Hij had zijn tv zo ingesteld dat deze hem pas wekte bij het zesuurjournaal. Een lichte slaap moest nu eenmaal langer duren.
Ritme, daar zwoer hij bij.

Triest verhaal, mooi geschreven.
Mooie samenhangend woordgebruik afstandelijke geschreven in de stijl van de titel. Goed gedaan!
@Han, je zinnen zijn net zo ritmisch als de maag van je hp. Hartje.
Dag Karin,
Dank je. Maar triest is een etiket dat vaak door anderen wordt opgeplakt. Misschien was hij wel zielsgelukkig en in balans.
(Ik dacht dat ik dit onder het weekthema had geplaatst, maar blijkbaar is er iets misgegaan)
Dag Jel,
Dank je.
Dag Mili,
Dank je. En ja min of meer. Dat zijn toch een soort oprispingen; die 120 woorden 🙂
Dat kan zijn Han. Echter heb ik drie jaar samen geleefd met iemand die door middel van alcohol en cannabis structuur in zijn leven probeerde aan te brengen, en ik kan je vertellen dat het triest was. Ook voor hem. Vanuit die associatie heb ik je stukje gelezen…..
Dag Karin,
Dat is inderdaad triest. Dan slaat zo’n reactie van mij nergens op.
Geen punt Han. Kennelijk raakt je stukje, en daar doe je het toch voor als schrijver? 😉