‘Ik ben alleen, misschien zelfs eenzaam.’
Hij zag hoe ze met een onzichtbare meesterhand een begripvolle glimlach op haar gezicht schilderde. Maar haar blik bleef koel, of in het beste geval lauw, en richtte zich voor een fractie van een seconde op de klok die naast de grote spiegel hing.
Weer glimlachte hij.
‘Nee. Ik ben echt alleen. Ik ben niet een van die mannen die je komt vertellen dat hij gevangen is in een huwelijk gevuld met groeiend onbegrip. Ik wil je niet vertellen over spinnenwebben van sleur waarin hartstocht langzaam sterft.
Ik voel me de helft van wie ik zou kunnen zijn. Ik zoek mijn spiegel. En altijd als ik hier langsloop, denk ik dat jij het bent.´

Hoi!
‘Ze’ is gevangen in een schilderij?
Door een hardnekkig soort van stoppelverf?
Ik ben benieuwd hoe lang je stoet gaat worden, Han. Ik vind het hier wel wat lastig worden om het goed te interpreteren zonder de voorgaande stukjes gelezen te hebben.
Verder heb ik er op één zin na niets op aan te merken. De tweede zin vind ik (misschien door die twee bijvoeglijke naamwoorden) wat te zwaar aangezet. Korter en krachtiger zou hier voor mijn gevoel beter passen.
Dag NeleDeDeyne,
Ik kan je reactie niet helemaal volgen. Dus ik schilder even en vragende uitdrukking op mijn gezicht.
Dag Hay,
Ik vind de tweede zin niet te zwaar. Ik hou op zich wel van sober, maar soms moet er wat gekruid worden.
De interpretatie van het losstaande stuk is voor mij moeilijk in te schatten en dat wordt wellicht steeds moeilijker.
Bedankt voor de waarschuwing.
Broeder Han,
Daar zit een boek in zeg ik u.
Mooi werk.
Ik stond waarschijnlijk prettiger op als ik de gezicht van mijn vrouw in de badkamerspiegel zag.
VmetdeVorK.
Dag VmetdeVork,
Dank je.
Bij De Stoet (500) zet ik er een punt achter 🙂
Misschien wel eerder.