Kruiden prikkelden zijn reukorgaan.
Hij viste een enorme zakdoek uit zijn broekzak en poetste uitbundig zijn neus.
‘Waarom woont u hier?’
‘Wat denkt u? De gezonde lucht, de rust alles is hier beter!’
‘Blijkbaar niet voor iedereen.’
Hij wierp een blik op het levenloze lichaam dat in een vreemde kronkel voor hen lag.
‘Wat zijn uw werkzaamheden hier?’
‘Ik ben vinoloog.’
Kaleb’s linker wenkbrauw veranderde in een reusachtig borstelig vraagteken.
‘Ik ben de wijnschenker van de kasteelheer,’ verbeterde de man zichzelf.
‘U dronk dus dezelfde wijn.’ Hij knikte naar het glas op de grond. ‘Geen enkel bewijs voor vergiftiging door druivenbloed. ‘Tenzij… Welk plantje is dit?’
De man zweeg.
‘Is dit wijnruit? U verschiet van kleur, betekent dit een ja?’

Jessy,
Ja, mooi verhaal.
VmetdeVorK.