Of ik het wilde of niet, mijn blik werd als vanzelf gevangen door de gigantische vrouw voor mij in de rij. Wijdbeens, beide handen in de zij en haar bovenlip in misprijzen opgekruld, bekeek zij het gedoe bij de bagagescanner.
Een jongen, wiens vriendin blijkbaar verder in de rij stond, vroeg uiterst beleefd of hij even langs mocht. Ik wist het al voordat de kenau haar mond opendeed. Een kansloze missie …
Zij snoof luidruchtig en keek hem vernietigend aan. ‘Ik zou niet weten waarom,’ zei ze en keerde hem demonstratief haar massieve rug toe.
Eventjes aarzelde de jongen. Toen droop hij bedremmeld af.
Een stuk verder zag ik het meisje naar hem zwaaien. Met een mismoedig gebaar wuifde hij terug.


Helemaal niets van overdreven. Helaas zijn er geen woorden die een gezicht van 100% azijn voldoende levensecht kunnen beschrijven. De werkelijkheid was dan ook erger dan bovenstaand stukje weergeeft…
Ja. Alleen wat jammer dat de rolverdeling en het perspectief wat lastig uit de verf komen.
Klopt helemaal. Ik zat al te kijken hoe ik dat binnen die 120 woorden wat duidelijker kan maken. Nog even puzzelen …
Versie twee staat er. Ik hoop dat het perspectief zo iets duidelijker is.
Ja, veel beter. Alleen al doordat je jezelf in het verhaal plaatst.
Vaak moet iemand anders zoiets opmerken, vooral als je een eigen ervaring (in dit geval gisteravond op het vliegveld van Faro) beschrijft.
Bij pure fictie is het wat makkelijker omdat je wat meer afstand tot het geschrevene hebt. Dan zie ik gewoonlijk wel meteen of het perspectief niet enkel voor mij als schrijver, maar óók voor de lezer duidelijk is.
@Hay, een leuk verhaal. Wie reist heeft altijd wel iets te vertellen.
De eerste zin vind ik veel te lang. Wanneer je daar een zin of drie van maakt, is het allemaal veel duidelijker. De(ze) lezer kont nu om in bijzinnen van bijzinnen.
– Een jongen, wiens vriendin blijkbaar verder in de rij stond,
– Een stuk verder zag ik een meisje naar hem zwaaien.
Deze twee zinnen horen kennelijk bij elkaar. Het zou dan het meisje moeten zijn, want het gaat hier om een bepaald meisje.
Ik denk in beelden, en hier botsen de beelden met elkaar. Eerst dacht ik dat het meisje in een andere rij stond, maar je bedoeld waarschijnlijk dat het om dezelfde rij gaat.
Wanneer de jongeman afdruipt, dan verlaat hij de rij?
Wanneer je achter die vrouw staat, hoe kun je dan zien dat ze haar lippen krult?
Als het om dezelfde rij gaat, en dan meer naar voren, zou het dan niet verderop moeten zijn, in plaats van verder?
Stof tot nadenken, Ineke. Niet meer vannacht. Morgen … 😉
Lekker slapen, @Hay
Je eerste zin loopt niet goed. je “die” en “bekeek” staan niet alleen erg ver van elkaar af, waardoor het moeilijk te vatten is, achter “die” hoort zelfs een komma (het stuk tussen die en bekeek kun je weglaten, daarom komma).
In de tweede zin lijkt mij het woord “er” te ontbreken (of hij “er” even langs mocht).
De vierde zin is een gevolgtrekking uit de derde, ik zou daarom achter opendeed een dubbele punt plaatsen (of het anders formuleren).
Massieve rug? Weet zeker dat die niet hol is? Bedoel je niet “enorm”?
Een gezicht van 100% azijn kun je bijvoorbeeld omschrijven als “een gezicht van 100% azijn”. Je hoeft niet altijd te showen!
Dank voor je opmerkingen. Volgens mij had Ineke gelijk met haar opmerking dat die eerste zin te lang en onoverzichtelijk is. Jouw commentaar bevestigt dat. Ergens vanavond ga ik daar opnieuw mee aan de slag.
‘Massieve’ kan voor mijn gevoel hier best als synoniem voor enorm gebruikt worden. Zelf vind ik het hier ook een passender woord.
Leuk verhaal, @Hay. De lengte van de eerste zin stoort mij niet. Dat de jongen afdroop begrijp ik niet. Verlaat hij de rij? Dat kan ik niet geloven.
@Marlies
De jongen stond twee plekken achter die vrouw. Toen zij onpasseerbaar bleek te zijn, koos hij eieren voor zijn geld en keerde wijselijk naar zijn oorspronkelijke plaats in de rij terug. Zou ik ook gedaan hebben. Ik kreeg ter plekke associaties met de vrouwelijke hoofdpersoon uit ‘De Griezels’ van Roald Dahl. Als je dat verhaal kent, weet je wel wat ik bedoel.
@Ineke
Die rijen zigzaggen via gespannen linten. Je ziet de meeste mensen dus niet op de rug, maar van opzij.
@Hay, in het stuk staat niets over gespannen linten. Dan neemt de(ze) lezer aan dat men achter elkaar staat. Nu, een paar dagen later, vind ik het nog steeds onduidelijk om te bepalen wie waar staat en wie wat kan zie. Ik begrijp waar het stuk over gaat, maar het is bij lange na niet zo goed geschreven als de meeste van je stukken. Het is een leuk gegeven, maar het komt allemaal niet goed uit de verf.
Bij opgekrulde lippen denk ik aan lippen die in de hoeken omhoog bewegen. Een (glim)lach, dus.
Vreemd genoeg (of misschien ook weer niet) heb ik bij een puur fantasiestukje minder moeite om een duidelijk perspectief neer te zetten. Bij een eigen observatie denk ik misschien te makkelijk dat het voor de lezer wel duidelijk zal zijn. Maar die heeft niet de beelden in het hoofd die ik wel heb. Ook een punt om nog eens over na te denken, maar of ik weer opnieuw aan dit stukje ga ‘knutselen’, weet ik nog niet.
@Hay, ik denk dat je bij het schrijven van fantasiestukken je verbeelding duidelijker laat spreken.
Op een verdwaalde uitzondering na denk ik dat je daar gelijk in hebt, Ineke.