Donderdag. De laatste warme dag van het jaar (misschien). We gingen met zijn vieren naar het strand. Wouter dreef al in de zee; Maarten, Anneke en ik volgden. Het water voelde fris. Ik was als eerste door.
Je pakt me beet en lachend omhelzen we elkaar. Glibberige, gladde lijven in het zeewater. Jouw intens blije gezicht.
Ik keek om me heen, was wat afgedreven, naar de kust toe. Ik zat op mijn hurken en sprong juichend op, grotendeels boven het water uit.
Anneke lachte. ‘The Phoenix arises!’
Ik zwom, lachte en kletste met onze vrienden, maar het water bleef te koud. En jij was er niet om me op te warmen. Ik ging terug naar mijn badhanddoek in de zon.


het verlangen blijft, mooi stukje Marlies
Dank je, José.