Zijn handen als broos perkament. De aderen dicht aan de oppervlakte; op zijn huid. Zou hij nog leven? Heel even beweegt zijn borstkas: op, neer.
Na een halve minuut haalt hij weer een teugje binnen. Zijn ogen zijn reeds half geloken. Hij is op, hij kan niet meer. Ze kijkt naar hem en vraagt zich af of ze er goed aan heeft gedaan.
Hij wilde tot het einde in zijn huis, zijn eigen bed blijven en daar sterven. Ze heeft hem verzorgd ook toen het eigenlijk niet meer ging. Het is steeds zwaarder geworden. Op dit moment is hij niet meer dan een kamerplant, een kasplant. Afhankelijk, breekbaar. Niet in staat tot communicatie. Hij, haar welbespraakte vader, spreekt niet meer.


Gevoelig @Jelle
goed beeld van de laatste fase!
Heel fijngevoelig beschreven. Ik vind het woord ‘geloken’ prachtig.
Indrukwekkend Jelle. Mooie beschrijving.
Ik vind wel ‘kasplant’ beter passen dan ‘kamerplant’.
In deze zin mist het woordje ‘af’:
‘… en vraagt zich of ze …’
Verdrietig en gevoelig omschreven.
2 hartjes gegeven.
Scherp Inge. Rechtgetrokken en elders een woord geschrapt.